
| Gepost door: Ralph Plug | Maandag 09 Augustus 2010 - 18:42 |
Vijftien jaar Graspop alweer, waar blijft de tijd? Het Belgische Dessel staat in het laatste weekend van juni wederom ter beschikking voor een horde metalfans en –bands. Onder de snikhete zomerzon en tijdens het wereldkampioenschap voetbal wordt het terrein volgens traditie in drie dagen omgevormd tot een dorre, stoffige bende waar het bier rijkelijk vloeit en de speakers tot elf gaan. Vier man sterk toog Zware Metalen naar Dessel om daar polshoogte te nemen.
Vrijdag
De 2010-editie van Graspop markeerde het vijftien-jarige bestaan van het festival. Het was echter niet alleen het festival dat zijn vijftiende verjaardag vierde. Ook de Belgische band Oceans of Sadness bestaat vijftien jaar. Om dit gepast te vieren mochten de Belgen de aftrap van het festival verzorgen. En dat deden ze dan ook met veel energie en enthousiasme in een metaldome die nog best vol zat, ondanks dat de meeste festivalgangers nog hun tent aan het opzetten waren.
De band speelde veertig minuten buitengewoon aardig voor een openingsact. Dat is wel eens anders geweest, vorig jaar bijvoorbeeld, toen ik spontane heimwee kreeg toen ik langs de Metaldome liep waar Lauren Harris opende. Het hoogtepunt was echter niet van eigen makelij, maar een eerbetoon aan de overleden Peter Steele met het nummer Black No. 1. (Joris)
Aan Raven de beurt om in iets meer dan een half uur tijd de Marquee II te mogen openen met een lekkere pot retro-metal. Met songs als Mind Over Metal en de obligate afsluiter Break The Chain is er voor de meer traditionele metalhead meer dan genoeg de mogelijkheid om de nekwervels eens voorzichtig los te krijgen. Met de stembanden van John Gallagher is live klaarblijkelijk ook nog steeds weinig mis. Een uitstekende band om bij wakker te worden, dacht ik zo. (Ralph)
Hoog op mijn verlanglijstje en laag op de bill stond het Finse Ghost Brigade als de eerste band van de Marquee I. Ondanks de goede geluidsafstelling viel het optreden me aanvankelijk wat tegen. Dit was vooral te wijten aan de keuze van de band om te starten met wat zwaardere doomnummers, waaronder My Heart is a Tomb. Hierdoor had ik wat moeite om in de muziek te raken, en aan de wat tamme reactie van het publiek om mee heen te zien, leek ik niet de enige.
De omslag volgde echter vanaf het nummer Suffocated, waarna de band een ander gezicht liet zien. Niet alleen bevat het nummer een ijzersterke compositie, ook werd het met de volle overtuiging gespeeld. Vanaf dat moment was het genieten tot en met de afsluiter Lost in a Loop. (Joris)
Floor Jansen mag met haar ReVamp de mainstage inwijden en doet dat helemaal niet verkeerd. Dat de band op plaat al dik in orde was hebben we onlangs al mogen vaststellen, maar ook live weten Jansen en de hare een goede indruk achter te laten. Met uitsluitend materiaal van het debuut en een vocaal in vorm zijnde Jansen weet ReVamp zonder enige moeite de aandacht van het inmiddels in steeds groter wordende getale aanwezig zijnde publiek vijftig minuten vast te houden. Een uitstekend optreden van een prima band die we hopelijk nog veel vaker op de internationale podia gaan zien. (Ralph)
Mijn opener van het festival was de groep Amerikanen die zich scharen onder de naam Bleeding Through. De band wist mij live al meerdere malen te imponeren en daarom hoopte ik dat het deze keer ook het geval zou zijn. Helaas strooide het erbarmelijke geluid in de kleinste tent veel roet in het nochtans lekkere eten. Zanger Brendan Schieppati had klaarblijkelijk veel te veel Monster gedronken (hard drankje) en de setlist was ook fantastisch, maar mensen die nog nooit een noot van Bleeding Through op plaat hebben gehoord stonden al snel gapend te kijken. De gebruikelijke moshpit liet duidelijk zien dat er gelukkig nog genoeg fans van de band aanwezig waren, en die werden getrakteerd op de gebruikelijke krakers, zoals For Love and Failing, Kill to Believe, Revenge I Seek en Love Lost in a Hail of Gunfire. Van de nieuwe plaat werd Anti-Hero erg goed ontvangen, dus de band heeft er weer een live-kraker bij. (Ben)
Het Amerikaanse Anvil heeft het anno 2010 helemaal niet zo slecht voor elkaar. De documentaire Anvil! The Story of Anvil heeft overal ter wereld hoge ogen gegooid en de band absoluut geen windeieren gelegd. De optredens liggen, in ieder geval op dit moment, behoorlijk voor het oprapen voor het sympathieke trio en hoewel Marquee II nog steeds geen hoofdpodium is staat er toch behoorlijk wat volk in de tent om eens te kijken waar al die heisa nu toch om is.De band rond Steve "Lips" Kudlow doet eigenlijk helemaal niets bijzonders. Er wordt enthousiast geopend met 666 waarna de band zich op de vertrouwde, zichzelf weinig serieus nemende wijze door een verder zestal song werkt. Nummers als Mothra en Metal On Metal zijn ook anno 2010 nog best te pruimen en het trio weet, overbodige solo-spots ten spijt, dan ook zeker te overtuigen en, misschien belangrijker nog, vermaken. (Ralph)
Het Nederlandse The Devil’s Blood begint in de rest van het Europese vasteland inmiddels behoorlijk aan populariteit te winnen, en naar mijn mening volledig terecht. Hoewel de bebloede stage-act natuurlijk al lang geen shockerende indruk meer maakt weet de band op muzikaal gebied wel donders goed te overtuigen. Helaas is (zoals de rest van het weekend ook regelmatig het geval, zo zal later blijken) het geluid in de Metaldome verre van in orde, waardoor de psychedelische rock van de heren en dame voor hen die niet bekend zijn met het plaatwerk van de band moeilijk te ontcijferen valt. Zonde, want aan de overtuiging van de band ligt het absoluut niet. (Ralph)Wat moet ik nog vertellen over ieder willekeurig optreden van Slayer? Wellicht dat ik de band nu al tig keer gezien heb en nog nooit zo zwak heb horen openen als op deze editie van Graspop. Na het titelnummer van hun laatste langspeler World Painted Blood kwam Jihad. Aardige nummers maar het feest begon voor mij pas toen War Ensemble van start ging. Slayer moet het mijns inziens op zomerfestivals slechts hebben van een degelijk geluid en thrashklassiekers. Op de aftrap van dit optreden na voldeden Tom Araya en de zijnen hier prima aan. Wat wil je nog meer als je bent voorzien van een halve liter Jupiler, brandende zon, gestoorde Belgen en krakers als Seasons in the Abyss, Angel of Death, Mandatory Suicide, Chemical Warfare en South of Heaven? Natuurlijk haalt Araya het allemaal niet meer maar tijdens dit soort aangelegenheden boeit dat voor geen meter. De pits aan beide kanten van de afscheiding bleven tot bij de laatste klanken van Raining Blood als mongoloïde wervelwinden doorgaan en Slayer deed zijn ding. Proost. (Martijn)
Bij Therion is het altijd een klein beetje afwachten wat er gebeuren gaat, gezien de haast constant wisselende bezetting. Althans, dat was de gedachte, mede door ervaring, voor het concert in Dessel door mijn hoofd spookte. Met een inmiddels vertrouwde aanwezigheid van Lori Lewis, Katarina Lilja, Snowy Shaw (in één van zijn laatste optredens met de band, zo zou later blijken) en de toevoeging van Thomas Vikström zit het op zangtechnisch vlak bij de band in ieder geval goed.
Met een geslaagde bloemlezing uit het omvangrijke oeuvre weet de band ook nu weer te overtuigen. Prima songs als Son Of The Sun, The Blood Of Kingu en het prachtige The Perennial Sophia passeren in de snikhete tent de revue, terwijl ook Typhon en Asgard weer eens uit de mottenballen gehaald zijn. Uiteindelijk wordt het veel te korte uurtje afgesloten met het prima Wine Of Aluqah en het inmiddels behoorlijk bejaard wordende To Mega Therion. Prima optreden. (Ralph)
Of het optreden van Stone Temple Pilots nu slecht was of niet zal nog wel even een discussie woeden. Misschien is het bij het podium niet bijster volle veld met publiek een betere indicatie van hoe het de Amerikaanse band op Graspop verging. Het geluid is echter heel aardig vanaf het moment dat de band opkomt en de setlist met krakers als Plush, Sex Type Thing en Dead & Bloated bijzonder geslaagd en een waar feest der herkenning.
Dat Scott Weiland niet meer de man is die hij jaren geleden was moge echter duidelijk zijn. De zanger lijkt behoorlijk de weg kwijt op het enorme podium en iets coherents komt er tussen de songs in niet echt uit. Zodra de band echter inzet lijkt de wazigheid bij Weiland verdwenen en werkt hij zich op redelijk overtuigende wijze door de songs heen. De overtuiging en bezieling van vroeger mag dan wel voor het grootste gedeelte verdwenen zijn, een vermakelijk optreden is dit echter zeker. (Ralph)
Dat Sepultura altijd in één adem zal worden genoemd met (het vertrek van) Max Cavalera is niet te verhelpen. Gelukkig weten velen ook dat de band op het podium nog altijd een bom van energie is, met de fanatieke Derrick Green achter de microfoon. Zeven jaar geleden stond de band al eens in Dessel en toen brak men systematisch de grote tent af. Dit jaar vond de organisatie het verstandig om het viertal in de Metal Dome (het kleinste podium) te plaatsen. Nu hoeft dat in principe geen probleem te zijn, maar als slechts een klein deel van de tent fungeert als in- en uitgang, raakt de boel snel verstopt. Wanneer je jezelf door de mensenmassa heen had gewurmd, had je aan de rechterkant alle plek. Voortaan maar weer de gehele achterkant van de tent gebruiken als entree?
Goed, Sepultura dus... De heren startten de set met een greepje uit het nieuwere werk van de band. De nieuwste plaat A-Lex kwam aan bod met A-Lex IV, A-Lex I en Moloko Mesto. Daarna dook de band meteen in het verleden en werden Arise, Refuse/Resist en Dead Emryonic Cells luidkeels meegeschreeuwd door het (ondanks de vernietigende warmte) fanatieke publiek. Hoewel er nog wat nieuwere nummers voorbij kwamen (denk aan What I Do!, Convicted In Life en The Treatment) stond ook dit optreden weer in het teken van oude Sepultura-krakers waar met volle teugen van werd genoten. Jong en oud ging los op Troops of Doom, Escape to the Void, Territory, Inner Self (die zeer fanatiek gespeeld werd) en uiteraard afsluiter Roots Bloody Roots. Hoewel het voor sommigen als een optreden van een coverband wordt gezien, is Sepultura mijns inziens altijd een een welkome gast op dit soort evenementen. (Martijn)
Een optreden van Motörhead is eigenlijk altijd feest. Het drietal geniet al eeuwen van een uiterst trouwe fanbase en omdat de optredens altijd het toppunt van voorspelbaarheid vormen, is het keer op keer genieten van de oude en minder oude klassiekers die Lemmy en co. aan het in grote getale opgekomen publiek presenteren. Of het nu de ultrabekende rock ’n roll-meebrullers zoals Iron Fist, Stay Clean, Metropolis of Going To Brazil zijn, of nieuwere krakers in de vorm van Rock Out, The Thousand Names of God of One Night Stand, Motörhead propte de hele set vol met voer voor de hossende menigte vooraan bij het podium. Een gitaarsolo van Phil Campbell hier... een drumsolo van “the best drummer in the world” Mikkey Dee daar. Alle factoren waren aanwezig. Ik werd weer blij van mijn favoriete Motörhead-nummer Killed By Death en inmiddels doordrenkt met alcohol nam ik Ace of Spades en Overkill ook met genoegen tot me. Een constante factor in de gehele festivalwereld. Hopelijk blijft dat nog even zo. (Martijn)

De band van de dag was wat mij betreft My Dying Bride. Dat lag niet alleen aan de ideale omstandigheden van de ingevallen duisternis buiten en puik werk van de licht- en geluidsmannen. Maar vooral de fantastische setlist en overtuigend spel, met gepaste bescheidenheid van de Engelsen maakten een onvergetelijke indruk.
De band startte met Fall With Me en Bring Me Victory, van het laatste album For Lies I Sire. Op dat moment verwachtte ik veel recent materiaal voor mijn kiezen te krijgen. My Dying Bride had echter een setlist in petto waarin ook oud materiaal aan bod kwam, en hoe! Niet alleen kwam er een fantastische uitvoering van Turn Loose the Swans voorbij, ook waagde de band zich aan een nog ouder nummer: Vast Choirs. Het hoogtepunt was echter toebedeeld aan She is the Dark, waarvan ook het publiek uitzinnig van genoot. (Joris)
Over de Britse veteranen van Saxon kunnen we, zoals altijd, heel kort zijn: Biff Byford en zijn mannen kwamen, zagen en overwonnen, en met gemak. Natuurlijk zijn ze in Dessel compleet van de zotte om deze Engelse legende in de Marquee weg te moffelen, maar goed, in dat opzicht zijn er dit weekend wel meer verbazingwekkende keuzes gemaakt. Saxon zal het echter worst wezen en vanaf Heavy Metal Thunder zit de beuk erin en zetten de heren een optreden neer waar menig jonge hond nog een voorbeeld aan kan nemen. De setlist is weinig verrassend en de onderbreking voor de prijsuitreiking voor Saxon’s eigen “Riff King Contest” is wat zonde van de toch al beperkte tijd, maar klassiekers als Wheels Of Steel, Motorcycle Man en het afsluitende, aan Ronnie James Dio opgedragen Denim And Leather maken verdomd veel goed. Saxon is overduidelijk nog lang niet versleten. (Ralph)

Het scheelde niet veel of Aerosmith had zonder voorman (en rockicoon) Steven Tyler aangetreden als headliner van de Graspopvrijdag. De beste man kon niet van de pijnstillers afblijven, waardoor de band twijfelde Tyler mee te nemen. Uiteindelijk beloofde de zanger beterschap, en kon de tour beginnen. Gelukkig maar, want het zou zonde zijn om Aerosmith na veertig jaar samenwerking plots met een andere zanger te zien, en trouwens, wie zou zijn unieke stem kunnen vervangen?
Tijdens het optreden was er niets te merken van de spanningen tussen de bandleden. Integendeel, de band trok speels van leer en verrek, er was zelfs enthousiasme. Of Tyler deze avond zijn aspirientjes opzij had gezet viel echter te betwijfelen. De man kwam af en toe wat wazig en draaierig over. Maar gelukkig geen moment te erg. De band werkte na openingsnummer Love in an Elevator een setlist af waarin de vele klassiekers elkaar opvolgden. Ook wat blues-achtige nummers en Steven Tylers’ mondharmonica werden van stal gehaald. Welkome afwisseling na een dagje zwaar metaal.
Aerosmith kwam steeds beter op gang, en het speelplezier leek per nummer omhoog te gaan. Mijn luistergenot beklom dezelfde stijgende lijn, hoewel die een persoonlijk dipje kende bij de semi-ballad I Don’t Want to Miss a Thing en Dream On. Gelukkig werd dat snel weer vergeten dankzij nummers als Crying, Ragg Doll, Toys in the Attic en toegift Walk This Way. Heerlijke rock ’n roll show! (Joris)
| Vrijdag Zaterdag | Zondag |
| * Reageer |