
| Gepost door: Bart Alfvoet | Zaterdag 14 Mei 2011 - 0:37 |
Wuustwezel is een dorp tussen Antwerpen en Breda, vlak tegen de Nederlandse grens. Daar vindt al enkele jaren Puntpop plaats, een festival dat behoorlijk wat weg heeft van de Window Rock edities van een dikke tien jaar geleden. Naast een mainstage, (waar veel rock, punk en alternatieve luistermuziek werd gespeeld) is er een dance tent (dubstep, techno, electro, …) en natuurlijk ook een metaltent, de Vendetta Stage. Een bonte verzameling mensen van allerlei pluimage begaf zich op deze warme zaterdag naar de festivalweide. Het werd een clash tussen muziekstijlen en werelden. Het verslag, met dank aan fotografe Nele Secember voor de puike plaatjes!
Terwijl de weide nog niet helemaal bekomen was van de vrijdag-party liepen tegen de middag de eerste mensen de naar de hemel gerichte grassprietjes weer plat. Na een korte verkenningstocht en de aankoop van de eet- en drankbonnen (2,10 euro voor een miezerig pintje uit een plastic bekertje!) stonden we voor het podium waar het Belgische Bliksem de aftrap gaf. Er was meteen veel enthousiasme bij zowel band als publiek, iets wat zeker te maken had met de stevig thrashende rock- en metalarbeid die vooraan aangedreven werd door een vurige dame. Bliksem speelde nummers uit de nieuwe gelijknamige EP, die begin dit jaar door Zware Metalen erg goed onthaald werd. Bliksem beet de spits er volledig af en achteraf viel vooral op te merken dat de shirtjes van de band opvallend veel voorkwamen rond de ondertussen zwaar zwetende lijven van vele bezoekers en bandleden van andere groepen.
Bij het begin van de dag had ondergetekende, net als de meeste andere “metalheads”, nog de kracht om zich tussen de optredens door naar de andere tent te begeven. Daar speelde het Belgische Cough To Coffin . Deze band was vroeger bekend als A Juice Collective en is herkenbaar aan de zanger die vrij klein van gestalte is. De band maakt radiovriendelijke rock met een melancholische feel en een licht gevaarlijk punk-randje. Op 21 april brachten ze hun debuutalbum uit en dat werd hier gevierd. Het Studio Brussel-publiek lustte het wel.
Terug naar de metaltent dan maar waar we het Zweedse
Rocknroll Allstars
konden opwachten. Wanneer deze bende ongeregeld het toneel opkwam zag ik in eerste instantie iets wat leek op halfnaakte pubers met de spijkerbroek tot ver onder het ondergoed. Geschminkt, met een kapsel dat in de vrije natuur voorkomt bij kraanvogels, en vol tattoos. Wie dacht hier een meute emo’s aan het werk te zullen zien kwam bedrogen uit. Dit is stevige punkrock van de antieke soort, met zowel verwijzingen naar The Ramones als Mötley Crüe. Simpele nummers, veel overtuiging en een veel interactie met het publiek, gecombineerd met een metaalgeluid. Catchy spul met een ironisch gevoel voor pretentie, een band die een mooie aanloop werd naar de vele feestelijkheden in deze tent later op de middag. Achteraf bleken deze wazige jongens trouwens lieve knuffelaars te zijn die bijna alles zouden doen voor een pintje.
Puffend en kuchend door de zanderige weide trokken we opnieuw naar de andere tent waar een band met de naam Colors Dead Bleed speelde. De band stelde zijn nieuwe mcd This Love Lost voor. Het album werd in New York gemasterd door bekende naam Alan Douches (Killswitch Engage, H20, Alkaline Trio) en laat vermoeden dat de band het echt meent. Na de intro kregen we The Last Post te horen, gevolgd door het pakkende In Despair. Colors Dead Bleed is eigenlijk een band die is voortgekomen uit Tech 9, Convict en Between The Lines, maar laat toch een totaal ander geluid horen. De wat melancholische punk maakt namelijk slingerbewegingen met postrock en speelt meer dan ooit in op het gevoel. Het gevecht met de zon en de alcoholische dampen deze middag, bleek een mooie weerspiegeling te zijn van het beluisteren van deze band. Het nummer Walk Into The Fire was dan ook uiterst toepasselijk. Een solide optreden van deze nieuwe band.
Zodra ik in de verte gemolesteerde vocale klanken meende te horen trok ik in gedopeerde stijl een sprint naar de metaltent. Daar stond namelijk
Rompeprop
klaar om de vele oorschelpen te penetreren. Het publiek was ondertussen exponentieel gegroeid
en leek klaar om deze voortplantingsdrift pitgewijs verder te zetten. Het geluid zat niet meteen goed (hoewel velen dat een lachwekkende opmerking zullen vinden) maar toen de juiste afstelling gevonden was burpte en beukte Romperop het oorsmeer genadeloos uit de gehoorgangen. Sommige mensen die de band voor het eerst zagen deden het bijna in hun broek bij het horen van de vocalen. Enkele nietsvermoedende hipsters uit de rocktent wisten amper hoe zich te gedragen bij zoveel kunstzinnige schurftigheid. Voor de ingewijden werd het een feestje. Klassiekers als Pelikanenlul, Foreskin Fart en Dislocated Purple Stoma werden afgewisseld met nieuwe nummers uit het Gargle Cummics album, zoals Tante Shampoo. Er werd tevens een nummer opgedragen aan twee lieve mensen in het publiek, de ouders van drummer Jor'es Du True met als titel Strong, Wie Het Oe Gescheten. Het feestje duurde niet lang genoeg, maar ik vraag me af of een dergelijk feestje überhaupt te lang kán duren.
Na de verplichte sanitaire stop die we konden maken na aankoop van een plasband, in de met tralies afgezette sector, stond daar plots
Birdflesh
op het podium. Een bebaarde gitarist in een blauw kleedje met een
gemaskerde bassist in een bloemetjeskleed en een zanger aan de drums in een kamikazepakje. Enkele trancetrutjes keken beteuterd toe toen ze in gelijkaardige kledij veel minder aandacht toebedeeld kregen dan deze drie Zweden. Birdflesh trekt samen met Rompeprop en Macabre door Europa en daar kan ik zeker inkomen. Hoewel ik de muziek amper kende (shame on me!) halen deze Zweden met z’n drietjes toch mooi halsbrekende toeren uit. De extreme grind/metal is op het randje van navolgbaar en zorgde opnieuw voor hyperkinetische pittoestanden. Wat mij het meest bijbleef zijn de hilarische opmerkingen en de droge humor tussendoor zoals “Now we gonna play the next song… no kidding” en “Now we gonna play a song about pop, because we are a pop band, and this is Puntpop…get it?”. Een geslaagd feestje opnieuw van een band met presence.
Plotseling kwam er meer kleur in de tent. Dat had alles te maken met de aankondiging van
Diablo Blvd.
, de band met frontman Alex Agnew. Alex is in België momenteel de meest gewaardeerde stand-upcomedian, die in 2003 het Leids Cabaret Festival won. En ondanks het feit dat deze band los staat van het humorgebeuren, krijgt het heel veel belangstelling. Zo lijkt het er onder meer op dat de mainstream media (zoals Studio Brussel) voor het eerst sinds Channel Zero weer een hardrock/metalband van eigen bodem zullen toelaten in de ether. Op zich maakt dit feit alleen mij al vrij blij en hield ik de verwachting laag. Onnodig zo bleek, want hoewel “zijprojecten” van tv-persoonlijkheden meestal niet al te best zijn,
bewijst Alex Agnew dat hij er ook als zanger helemaal staat. Het valt me trouwens net als bij Lemuria nog maar eens op dat Antwerpenaren toch een serieuze streep voor hebben wanneer het aankomt op entertainment (met of zonder humor).
Diablo Blvd. doet het sinds het nieuwe album Builders of Empires ook een stuk harder en dat laat zich voelen. De dubbele bassen en de ferm heavy riffs en ragstukken laten uitschijnen dat het hier niet zomaar om een berekende band gaat. Dit is (ook live) muziek waar zelfs Machine Head fans het warm van kunnen krijgen. Heel veel mensen hebben Diablo Blvd. al in hun hart gesloten, want de teksten worden spontaan meegezongen door de eerste rijen. Ook de nieuwe single Builders of Empires lijkt gemeengoed geworden te zijn. De podiumperformance is ook helemaal niet alleen op Alex gericht en wanneer de band op één rij op de rand van het podium gaat staan spelen wordt het 100% duidelijk dat het hier om een hechte band gaat. Die band heeft ondertussen ook al zijn ticket voor het hoofdpodium op Graspop 2011 in the pocket zitten en zo wordt Diablo Blvd. binnenkort ongetwijfeld gekroond tot keizer van het Belgische metalwereldje.
Maar dan:
Macabre. Ik zag deze band jaren geleden voor de eerste keer en meteen was het een feestje. De band krijgt her en der dan wel de kritiek te slikken dat ze altijd hetzelfde doen, maar dat is bij Mortician en Rompeprop ook het geval. Who fuckin’ cares, zolang het aanstekelijk werkt. En zo één keer om de paar jaar, dat moet zeker kunnen.
Macabre heeft begin dit jaar een album uitgebracht bij het wederopgestane Hammerheart Records. Een album dat trouwens anders is dan wat we van hen gewoon zijn, behoorlijk anders!
Voor de volgende band barstte de tent pas echt uit zijn voegen.
Peter Pan Speedrock
slaagt er moeiteloos in om in Wuustwezel een massa volk te lokken. Ik hou persoonlijk wel van het uptempo spel van deze heren, dus was ik benieuwd naar de show. De vlam sloeg meteen in de pan. Als een lekker smerige geoliede machine smijt Peter Pan Speedrock het ene nummer na het andere de tent in met bijzonder veel animo. Frontman Peter van Elderen is een rocker pur sang die zowel metalheads als andere passanten in beweging krijgt, alleen al met zijn body language. Nummers als Resurrection, We Want Blood, Rockcity en Crank Up The Everything gingen er dan ook bij het voltallige publiek in als frisse (dure) pinten. De ganse Speedrock Posse was ook van de partij en dus kregen we onder andere tijdens Schoppen Aas de imposante Dikke Dennis te horen en zien op het podium.
Het matige The Sword liet ik maar aan mij voorbijgaan, mede omdat de nog te interviewen bands anders volledig onder de zuip verdwenen zouden zijn, dus dan was het de beurt aan de biermacht van Tankard. De Duitse thrashers zitten haast 30 jaar in het vak en zijn niet van plan er snel mee op te zullen houden. De bierbuikjes zitten behoorlijk strak en op het podium is nog steeds veel beweging te zien. Er worden veel rondjes gelopen en het publiek wordt constant betrokken in de performance. Het lijkt wel alsof er opnames voor een live DVD lopende waren.
De laatste maanden is er in België maar één naam die het rockgenre op zijn kop zet, als ik de meningen hoor van verschillende mensen die zich net onder de hevigheidsgrens van metal bevinden. Triggerfinger. Werkelijk overal hoor ik de naam vallen, zelfs bij mensen die normaal gezien alleen lieflijk, radiovriendelijk gemekker willen opzetten. De stap naar de mainstream-tent was het logische gevolg. Bij aankomst was de massa bijna niet te overzien. Onwerkelijk bijna hoeveel mensen deze band per se wilden aanschouwen. Zowel ouderen, jongeren, zwart langharig tuig, trendhoppers alsook pilletjesslikkende party animals stonden reikhalzend uit te kijken naar deze band. Bij hun aankomst op het podium werd de menigte bijkans gek en vooral zanger Ruben maakte vele liefdesgrotjes vochtig.
Headliner die nacht was niemand minder dan Marduk. De heren kwamen een half uur voor hun optreden aan met een transitbus en stapten gedecideerd uit. Je voelde bij de mensen van de organisatie meteen een soort van onderdanigheid die vooral voortkwam uit een vorm van schrik. Die schrik werd alleen maar groter toen Mortuus wat later ontdekte dat hij zijn corpse paint vergeten was in het busje. Vijf minuten later was het euvel al verholpen en nog eens vijf minuten later stond Marduk op het podium.
Ik heb nog even zitten zweven op de tonen van Laston en Geo en een overgelukkkige bezoeker zijn verloren gsm kunnen terugbezorgen en dan weer richting huis. De dag vloog werkelijk voorbij en was eigenlijk veel te snel voorbij. Een dikke pluim voor de organisatie die een mooi affiche klaargestoomd heeft voor een bijzonder lage inkomprijs. Alleen de biertjes konden beter, maar dat zal volgend jaar ongetwijfeld het geval zijn.
Links:
| * Reageer |